Grafterbaankasseitraining


alt

Zo. Eindelijk weer eens een volledig kasseienprogramma gereden dit jaar. Eind maart wat kleine Vlaamse koersjes, met pasen de Ronde van Vlaanderen en begin april Parijs-Roubaix. Omdat Tandje Erbij dit voorjaar een weekendje naar Vlaanderen gaat, geef ik – ervaringsdeskundige met zeker 30 kasseiklassiekers op zijn palmares – jullie graag wat tips mee. Belangrijkste: train op de Grafterbaan!

Fiets.
Allereerst de fiets. Moderne fietsen kunnen goed tegen kasseien, beter dan de meeste berijders.
Heb je een oudere fiets: des te beter. Hoe ouder en zwaarder, hoe sterker en comfortabeler.

Verzet.
Minstens je verzet van Amstel Gold, Ardennen of Alpen als je de Patersberg op wilt.

Wielen.
Met 80 kilo op superlichte klimwielen over kasseien rijden kan, maar is bijzonder oncomfortabel.
Je stuitert teveel en het kán wel stuk. Beter is lage velgen en 36 stalen spaken. Oersterk en je kunt een beetje meeveren.

Banden.
Bij droog weer geen probleem. Als er kans op regen is, is een 25 mm bandje met profiel
wel zo handig. Bij de Pater- en Koppenberg heb je dat profiel nodig om niet weg te slippen. Niet al te hard oppompen (afhankelijk van je gewicht ergens tussen 6 en 7 bar)

Vering?
Niet doen. Ik zie wel eens mensen op ATB’s klungelen op kasseistroken. Je hebt geen vering nodig maar snelheid, die zit voldoende in een goed getraind lijf.

Handschoenen/stuurlint.
Als je kasseien niet gewend bent is de kans groot dat je verkrampt en angstig op de fiets zit. Met als gevolg kapotte handen, kapot stuurlint, stijve schouders, etc. Ontspan, ontspan, ontspan. Gewoon rechtdoor sturen met je handen losjes op het stuur. Schakel op tijd, want op slechte stukken is dat lastig. Let niet op die losse kei vlak voor je wiel maar kies je route door wat
verder te kijken en trek gewoon door. Zorg dat je niet te dicht op elkaar rijdt.

Snelheid.
Klinkt gek, maar met 30 per uur over de kasseien rijden is gemakkelijker dan met 20 per uur. Hou dus op tussenstukken energie over om voluit te rijden op de kasseien. Tanden op elkaar, grote blad schakelen (dan klappert je ketting meteen minder tegen je frame) en voluit gaan.

Bidon.
Check of je bidon stevig in je bidonhouder zit. Neem anders een elastiek mee om te voorkomen dat je hem kwijtraakt.

Fietscheck.
Loop alle bouten even na, want het rammelt snel los. Extra aandacht voor het stuur. En de voorvork. Check of je balhoofd niet maar het kleinste beetje speling heeft, want anders kun je je lagers weggooien na afloop.

Zeurstrookjes.
Ze zijn er vaak: gootjes en strookjes aan de zijkanten waar je wat comfortabeler op kunt fietsen. Kijk goed uit, want soms wordt je gedwongen om snel de weg weer op te wippen wat lastig kan zijn door vuil en omdat er hoogteverschilletjes en gaten zijn op de gladde kasseien. Ideale raining is om af en toe thuis een paar honderd meter over de wegbelijning te fietsen. Of over de rij zwart-witte stenen aan de kant van de Grafterbaan of in Kwadijk. Zo leer je keurig als een streep de ideale lijn over de stenen en door het gootje aan te houden.

Noordhollandse kasseien.
Ze zijn er, of althans, het lijkt zo. Probeer maar eens te fietsen op de Zuiderkwelweg in de ieringermeer. Mooie oefening. Zo’n wegdek tref je ongeveer in Vlaanderen, maar dan glooiend en twee keer zo grof.

En mocht je de smaak te pakken hebben: geef maar een seintje, dan regel ik volgend jaar je deelname aan Vlaanderen of Parijs-Roubaix (waar de kasseien er overigens veel en veel slechter bijliggen dan in Vlaanderen)