Grenze(n)loos fietsen – Column Koos


Er zijn mensen die vinden dat Europa moet worden opgeheven. Ik hoor daar niet bij. Gelukkig is de tijd voorbij dat je na een fikse dag fietsen bij Cadzand, Maastricht of Nieuweschans je paspoort moet tonen, je tassen binnenstebuiten moet keren of met een travellerscheque (Kijk: de spellingcontrole kent dat woord niet eens meer!) vreemde valuta moet wisselen.

Mijn jaarlijkse moyenne qua grensoverschrijdingen ligt rond de 17. Alleen dit jaar was dat al 23 keer. Elke keer een douanecontrole had mij in 2011 dus 23 maal 10 minuten is bijna 4 uur fietsen gekost. Dat staat gelijk aan ruim 100 kilometer, zonde toch? Die tien minuten is gebaseerd op de file bij de paspoortcontrole op schiphol of het binnentreden van een buiteneuropees land. Voor het gemak vergeet ik even de ruim 4 uur die ik ooit bij de Bulgaars-Turkse grens heb doorgebracht. Ik denk omdat we weigerden salaris van de Turkse beambten aan te vullen met harde valuta.

Grenzen kennen

Als sporter moet je natuurlijk je grenzen opzoeken. Maar – dat is wat anders maar past wel mooi in dit grenzeloze stukje – je moet natuurlijk ook je grenzen kennen. Daar schort het nogal aan bij me. In mijn vorige column lazen jullie al dat ik mezelf dusdanig overschat had dat ik in de bezemwagen plaats moest nemen. Gisteren ben ik in mijn overmoed bij de EHBO terechtgekomen en als ik zo doorga word ik binnenkort voorzien van zwaailichten en sirenes afgevoerd. Effe dimmen dus, Woestenburg!

Ik ging gisteren een rondje ATB’en. “Doe jij dat vaker?”, vroegen mijn maten mij verbaasd. Nee, dat doe ik niet vaak, maar het leek me wel leuk. “Op dat ding?”, voegden ze er aan toe, wijzend op mijn tien jaar oude ATB met 26 inch wielen, gladde banden en zonder achtervering en schijfremmen. Ja hoor, dat zou ik wel effe doen. Wat ik me niet gerealiseerd had was dat dat ‘rondje’ het officiële NK en BK Moutainbiken in Limburg en de Voerstreek was op een ontzettend technisch parkoers dat door de vele regen de afgelopen week nog eens extra zwaar was geworden.

Onbezonnen ging ik van start en reed mijn ervaren ATB-maten en Tandje Erbij-leden Vincent, Kees en Pieter Jan meteen uit het wiel. Glad asfalt, een zware grashelling, een paar stevige gravelklimmetjes: ‘fietsen is fietsen’, sprak Koos, dus die moest even laten zien dat dat gedoe met die korte rondjes door het bos op de ATB eigenlijk een wassen neus was. Ik bevond me op een mooie plek in het peloton toen er opeens een rotsachtig pad opdook tussen rechts prikkeldraad en links braamstruiken. Die eerste afdaling overleefde ik met wat krassen links en in de daarop volgende klim achterhaalde ik mijn groepje weer.

“Toch maar een beetje rustiger aan doen”, dacht ik nog omdat ik merkte dat vermoeidheid je stuurvastheid niet ten goede kwam. En die stuurvastheid, daar ontbrak het deze asfaltvreter behoorlijk aan. Ik zwalkte af en toe al als een dronken geit tussen de rotsen en gaten. Totdat er een gat van zeker veertig centimeter opdook, met daarnaast een ielig richeltje voor de fietser. Zo ongeveer midden in dat gat lag een grote rots, met daarnaast een hoopje puntige stenen. Les 1 van mijn ATB-clinic met Henk Lubberding schoot me nét te laat te binnen: kijk vooruit, en nooit naar de boomwortel of steen die je wilt ontwijken want dan rij je er gegarandeerd bovenop.

Stuiterend en vallend over die rots in dat gat dacht ik een fractie van een seconde aan de mogelijkheid dat ik met mijn knie in die puntige stenen terecht zou komen. En jawel: een felle knieschijfverbrijzelende pijn schoot door mijn been. Mijn verwensingen waren tot over de volgens mijn GPS 530 meter verderop gelegen Nederlandse grens te horen.

Gelukkig was de EHBO vlakbij. Daar werd de met bloed doordrenkte klei van mijn been en tussen mijn tenen vandaan geschrobd en de diepste wond met de woorden “eigenlijk moet het gehecht, maar daar heb ik de spullen niet voor” door een arts bij elkaar geplakt. Steriel gaasje eroverheen, zo’n mooi wit netje dat Johnnie Hoogerland ook altijd droeg over mijn knie en ik meldde dat ik wel weer terug zou fietsen. Dat mocht wel, als ik maar een handtekening wilde zetten omdat de arts daar geen verantwoordelijkheid voor wilde nemen.

Ja, hallo? Ik ben fietser, geen voetballer. Ik wil verder. Maar voorlopig alleen op glad asfalt. Een schoenmaker moet bij zijn leest blijven.

Koos Woestenburg

@waterfietser