De zwaarste klassieker tot nu toe?


Tot afgelopen zaterdag leek het een sáái fietsjaar te worden. Niks te melden. Trainingsweekje Italië, Ronde van Vlaanderen, gewoon dingen die een béétje fietser vast in zijn agenda heeft staan. Je zou het bijna gewoon gaan vinden. Tot dit weekend, met Luik-Bastenaken-Luik het heldendom en het drama dat het fietsen zo rijk is mij bedeeld werd en ik weer voer voor dit stukje toegeworpen kreeg.

Ik had de oude vriendin Luik-Bastenaken-Luik, 25 jaar geleden mijn eerste klassieker, maar weer eens van stal gehaald. Twee keer zelfs, in april en straks in juli. LBL heb ik de laatste jaren links laten liggen. Het is net als een huwelijk, de sleet komt er in, je vergaapt je aan allerlei exotisch en onbereikbaar schoons en je vergeet wat voor geweldigs je bij de hand hebt. Dit jaar werd LBL voor het eerst ook de dag voorafgaand aan de profs georganiseerd. Met dank aan de klimaatverandering genoten we dit weekend in de Ardennen van ruim 25 graden. Dat leek leuker dan het was, maar dat was nog lang niet het ergste.

Allereerst de afstand. De officiële 260 kilometer dus. Maar niemand die erbij zei dat wij net als de profs ’s morgens ook nog een neutraal stukje van 14 kilometer dwars door het heuvelachtige Luik moesten fietsen. In ons geval van stoplicht naar stoplicht. Tel daarbij de afstand hotel vv op en het totaal van de dag kwam op 282 kilometer. Ga maar eens rekenen als je om half acht aan de start staat en uiterlijk acht uur binnen moet zijn: dat wordt flink doorkachelen. Vooral het laatste stuk met vlak achtereen de Theux, Redoute, Faucons, een ongekwalificeerd rotdingetje bij Sprimont, de Saint Nicolas en ook nog eens een gemeen oplopende finishstraat. Terug in het hotel herkende ik pas na drie trappisten mijn fietsmaten weer, die er trouwens ook niet meer uitzagen.

O ja, heldendom en drama. Niet verder vertellen hoor, maar eigenlijk ben ik niet zo’n klimmer. Toch heb ik geen moeite met die Ardennenklimmetjes. Zo’n geleidelijke Rosier is mij het liefst. Iedereen heeft het over de Redoute maar die is maar een klein stukje steil. Afgelopen zaterdag vreesde ik alleen de Stockeu. Dus dook ik met extra snelheid van de Wanne af, knalde met gevaar voor eigen leven door de bocht de Stockeu op om alvast wat afstand op mijn maten te hebben. Zo eindig ik wel eens als tweede van ons drietjes boven. Meestal als derde trouwens.

Net toen ik begon te zwoegen zwelde het geluid van een helicopter aan. Helicopter? Is het koers? Is het zondag? Het ding hing recht boven me en ik ging vanzelf wat harder fietsen. Een Belg in mijn kielzog stamelde: “is dit de Stockeu?” Ja. “Is dit het steile stuk?” Nee dat komt nog, hier moet je je sparen. “pff, grrm, pff: Sparen?” Ja, sparen. “Amai!”, gromde de Vlaming terwijl ik hem achterliet.

Intussen was ik van ons vieren nog steeds de kopman. Blijkbaar had ik zo’n gat geslagen dat de volgauto’s (jawel, echte volgauto’s) mij voorbij gingen. En even later een motor met cameraman, die mij vanaf onderen filmde. Dus trok ik een onverstoorbaar smoel, begon soepeler te draaien zodat de twééde cameramotor mij ook fraai in beeld kon nemen. Wat was dit? Toen de motoren weg waren, en de helicopter wegstierf geraakte ik op het steile deel en kwam als vanouds mijn vriend Gerrit weer voorbij. Die had ook goesting gekregen van het gebeuren.

Geen idee waar het voor was. Ik heb me wezenloos gezocht maar mezelf in geen enkel programma terug gezien.

O ja: ik kondigde drama aan. Teruggekomen poetste ik mijn fiets. Bleek dat mijn titanium frame ergens in de Ardennen gebroken is. Voor echte profs geen enkel probleem, maar voor mij een drama. Met LBL heb ik een oude vriendin terug, maar ik ben ook een goeie vriend verloren.